De vernieuwing van het Maritiem Museum Rotterdam wordt voorlopig uitgesteld. De gemeente Rotterdam en het museum hebben besloten de haalbaarheidsfase pas in 2028 af te ronden. De nieuwe directie van het museum krijgt daarmee meer tijd om de organisatie voor te bereiden op de omvangrijke verbouwing. Dat schrijft cultuurwethouder Joan Nunnely aan de gemeenteraad.
De gemeente werkte samen met het museum aan plannen om het gebouw aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Zo moeten delen van het depot worden opengesteld voor bezoekers, komt er een aantrekkelijkere entree en moet het dak gedeeltelijk toegankelijk worden. Vanaf het dak krijgen bezoekers uitzicht op de omgeving. Ook moet het gebouw energiezuiniger worden.
Aanvankelijk zou de haalbaarheidsrapportage in september 2026 worden afgerond. De nieuwe museumdirectie vroeg dit voorjaar echter om meer tijd om de plannen beter te laten aansluiten op de museumorganisatie. De gemeente en het museum hebben daarop besloten de rapportage voorlopig niet formeel af te ronden.
Volgens Nunnely biedt het uitstel de directie de gelegenheid om de museale ambities verder uit te werken. De directie onderschrijft de uitgangspunten van het eerdere onderzoek. "Er gaat niets mis door nu meer tijd te nemen", schrijft de wethouder.
De verbouwing is bovendien afhankelijk van de bouw van het nieuwe Collectie Centrum Rotterdam, dat naar verwachting begin 2031 wordt opgeleverd. Een deel van het huidige museumdepot verhuist daarheen. De gemeente wil voorkomen dat de collectie meerdere keren moet worden verhuisd, omdat dit hoge kosten met zich meebrengt. Daarom is het volgens Nunnely niet nodig om voor 2028 met de vernieuwing te beginnen.
De plannen voorzien verder in een betere verbinding tussen het museum, het Churchillplein en het buitenmuseum aan de Leuvehaven. Ook moeten bezoekers meer van de maritieme collectie kunnen zien en komt er een route van de vernieuwde entree via publiek toegankelijke depots naar een uitkijkpunt op het dak.
De vernieuwing is opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan Cultuur 2024-2027. De gemeente wil de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen dekken uit de Rotterdamse Investeringsmotor. Na afronding van de haalbaarheidsfase wordt het benodigde investeringskrediet aangevraagd.
Nunnely waarschuwt dat de latere uitvoering mogelijk tot hogere investeringskosten leidt. Die moeten worden opgevangen binnen de beschikbare financiële middelen.